toegeeflijk
Appearance
From Wiktionary, the free dictionary
Dutch
[edit ]Etymology
[edit ]Pronunciation
[edit ]Adjective
[edit ]toegeeflijk (comparative toegeeflijker , superlative toegeeflijkst )
- lenient, forgiving, permissive, concessive
- De leraar was toegeeflijk en gaf de studenten extra tijd voor hun project. ― The teacher was lenient and gave the students extra time for their project.
- Veel ouders zijn te toegeeflijk als het gaat om de schermtijd van hun kinderen. ― Many parents are too permissive when it comes to their children's screen time.
- Ondanks haar fouten was hij altijd toegeeflijk en vergevingsgezind. ― Despite her mistakes, he was always forgiving and understanding.
Declension
[edit ]| Declension of toegeeflijk | ||||
|---|---|---|---|---|
| uninflected | toegeeflijk | |||
| inflected | toegeeflijke | |||
| comparative | toegeeflijker | |||
| positive | comparative | superlative | ||
| predicative/adverbial | toegeeflijk | toegeeflijker | het toegeeflijkst het toegeeflijkste | |
| indefinite | m./f. sing. | toegeeflijke | toegeeflijkere | toegeeflijkste |
| n. sing. | toegeeflijk | toegeeflijker | toegeeflijkste | |
| plural | toegeeflijke | toegeeflijkere | toegeeflijkste | |
| definite | toegeeflijke | toegeeflijkere | toegeeflijkste | |
| partitive | toegeeflijks | toegeeflijkers | — | |